Willem van Kammen neemt afscheid na 18 jaar ’t Fean ’58

SURHUISTERVEEN – Na 18 seizoenen stopt Willem van Kammen als actief voetballer bij ’t Fean ’58. Tegen CVVO speelde hij zijn laatste competitiewedstrijd, op 1 juni a.s. neemt hij definitief afscheid in een voor hem georganiseerde afscheidswedstrijd. Zijn toekomst ligt nu op het trainingsveld. Hij wordt assistent-trainer bij de A-selectie van Harkemase Boys.

Door Jacob Hielema met foto’s  van Jan Anne Vrij

Zijn laatste optreden in het ‘blau-wyt-read’ is zaterdag 1 juni (aanvang 14.30 uur). Het huidige eerste elftal treedt dan aan tegen een selectie van spelers, waarmee Willem van Kammen in die 18 jaar heeft samengespeeld. “Jongens waarmee ik een goede klik had en in de loop van de jaren een band mee heb gekregen. En al deze jongens hebben toegezegd. Dat wordt in de kleedkamer veel herinneringen ophalen.”

De inmiddels 37-jarige Harekiet – ook actief is in de sponsorcommissie van de club – ziet met een goed gevoel terug op zijn tijd bij ’t Fean ’58. “Ik heb altijd een goede band gehad met de jongens”, zegt Willem van Kammen, die vele jaren aanvoerder was. “Ook met de jonge jongens, die uit de jeugd doorstroomden.”

In zijn achterhoofd speelde altijd om op 35-jarige leeftijd te stoppen, zo liet hij een aantal jaren geleden weten. Toen dat tijdstip aanbrak was de keuze echter niet moeilijk. “Zolang ik geen blessures heb, nog fit ben en – wat heel belangrijk is, anders moet je stoppen – er nog plezier in hebt, ga ik door.” Hij knoopte er nog twee jaar aan vast.

Echte tweedeklasser

Gedurende 16 jaar speelde hij met ’t Fean ’58 in de tweede klasse. Alleen de seizoenen 2016/2017 en 2017/2018 kwamen de Feansters een klasse lager uit. “Het waren heel mooie jaren. We hebben van alles meegemaakt. ’t Fean ’58 is een echte tweedeklasser. In de eerste jaren speelden we regelmatig nacompetitie voor promotie naar de eerste klasse. We kwamen ver in het bekertoernooi. De laatste jaren in de tweede klasse waren de resultaten minder. We wisten ons nog een paar keer te handhaven via de nacompetitie. En dat waren toch ook wel weer mooie wedstrijden. Daar zat veel spanning op.”

De nacompetities, zowel om promotie als degradatie ziet hij als hoogtepunten in zijn carrière. “En natuurlijk het kampioenschap vorig jaar met terugkeer naar de tweede klasse.”

Als dieptepunt noemde hij niet de degradatie naar de derde klasse. “Dat zag je aankomen, het was realistisch dat we op dat moment een stapje terug moesten doen. Achteraf gezien was het goed dat we een klasse lager speelden. De laatste jaren hingen we er steeds tegenaan. Maar dat kun je dan ook weer bekronen met een kampioenschap. Dat we ons het eerste jaar na de degradatie via de nacompetitie moesten handhaven, dat vond ik veel erger. Eigenlijk was dat een triest seizoen. We hadden het aan onszelf te wijten, vaak waren we beter, maar we maakten het niet af. De derde klasse werd te licht opgevat. De gedachte ‘wij blijven er toch wel in’ was te veel aanwezig. Dat seizoen heb ik toch wel als dieptepunt ervaren.”

Pannenkoeken

Een ander hoogtepunt in zijn ogen was het seizoen 2002/2003 toen ’t Fean ’58 in serieus degradatiegevaar verkeerde. Willem van Kammen herinnert het zich nog heel goed. “Trainer Henk de Boer kreeg van Sije Veenstra de tip dat de spelers voor de wedstrijd pannenkoeken moesten eten. (Sije had die ervaring opgedaan met een leerling, die dat ook had gedaan en bij haar eerste rijexamen meteen slaagde – jh). Voor het begin van de eerstvolgende wedstrijd aten we gezamenlijk pannenkoeken, door Sije zelf gebakken. Het werkte uitstekend, we wonnen de laatste vier wedstrijden op rij zonder tegendoelpunt en handhaafden ons rechtstreeks. Het seizoen daarop pakten we zelfs de eerste periodetitel, zo zat de swung erin. Dat soort dingen vergeet je niet weer.”

In de jeugd van ASC begon zijn voetbalcarrière. “Op mijn 15e maakte ik daar mijn debuut in het eerste elftal. Een invalbeurt – mijn enigste wedstrijd in de hoofdmacht – maar ik scoorde ook”, weet hij zich nog te herinneren. Ze speelden met de B-junioren van ASC een wedstrijd tegen Harkemase Boys. Willem van Kammen – toen nog woonachtig in Surhuizum – scoorde vier keer. Bij de Boys werd toen zijn talent opgemerkt. Hij werd gevraagd daar te komen spelen. Hij speelde daar nog anderhalf jaar in de jeugd. Daarna werd hij toegevoegd aan de A-selectie, maar speelde voornamelijk in het tweede elftal. Toch had hij een aantal invalbeurten in het eerste elftal. “Zo heb ik tegen IJsselmeervogels, Urk en VVOG gespeeld. Dat waren toch wel aardige tegenstanders.”

In die periode kwam hij ook Minno van der Werff tegen, nu assistent-trainer bij ’t Fean ’58. En zijn huidige trainer Mark Bosma. Dat hij zoveel jaren later nog een rol zou spelen in de benoeming van Mark Bosma tot trainer van ’t Fean ‘58 kon hij toen niet vermoeden. “Ik heb bij Mark een balletje opgegooid of ’t Fean ’58 niet iets voor hem zou zijn. Daar moest hij even over nadenken. Hij is wel een trainer met het oefenmeester-1 diploma. Maar hij wilde ook wel eens een dorpsclub trainen. Na een gesprek met de bestuursleden Jan Lammers en Gerard Veenstra was het toen snel rond.”

In 2001 liet hij overschrijving aanvragen naar ’t Fean ’58. “Arent Bekhof werd trainer bij Harkemase Boys en nam een aantal spelers mee. Toen wist ik het wel. Het betekende dat ik buiten de selectie viel. Voor mij reden overschrijving aan te vragen.” Hij kwam echter niet alleen. Ook Minno van der Werff kwam over van Harkemase Boys, tegelijkertijd met Jan de Jong van RWF-Frieschepalen. “Het bijzondere was dat we alle drie meteen in de basis kwamen. Voor ons was het gemakkelijk binnenkomen, we kwamen in een elftal dat goed draaide.”

Willem van Kammen speelde maar liefst 486 wedstrijden in de hoofdmacht van de blauwhemden. Daarmee staat hij derde op de ‘Adelskalendern’ achter Renze From (580 wedstrijden) en Harry Folkerts, met 497 caps achter zijn naam. Dat hij nu stopt is een bewuste gevoelskeuze, zegt hij. “Ik wilde niet stoppen na het kampioenschap het vorige seizoen. En met onze trainer Mark Bosma hadden we bij de verlenging van zijn contract de afspraak gemaakt dat de wat oudere spelers zouden doorgaan. De tweede klasse was toch weer een mooie uitdaging en ik had er nog veel zin in.”

Maar ook Willem van Kammen voelde dat de jaren gingen tellen. “Dan ga je tijdens het seizoen nadenken. Je twijfelt wel eens. Ga je nog een seizoen door. En nu we ons hebben weten te handhaven zegt mijn gevoel dat dit een goed moment is om te stoppen.”

Gouden jongen

Niet alleen het jarenlange boegbeeld van ’t Fean ‘58 ziet met een goed gevoel terug. Ook de mensen van wie sommigen al die tijd met hem optrokken. “Een gouden jongen, een fantastische kerel, betrouwbaar en altijd positief”, zegt Minno van der Werff, die tegelijk met hem de overstap maakte van Harkemase Boys naar ’t Fean ’58 en nu een van zijn trainers is. “We hebben hier nog zo’n tien jaar samen gespeeld. Hij zette alles aan de kant voor het voetbal en heeft veel voor de club betekend. Ik denk dat hij op het juiste moment stopt. Het is jammer dat hij voor onze club verloren gaat, maar ik snap zijn beslissing wel. Aan de slag bij de club in het dorp waar je woont, dat is heel begrijpelijk.”

“Een goede beslissing om nu een punt achter z’n carrière te zetten”, dat vindt ook Geert Hommes, sinds mensenheugenis verzorger bij ’t Fean ’58. Al heeft hij hem nauwelijks op de massagetafel gehad. “Willem kende weinig blessureleed. Hij ging altijd voorop in de strijd. Je kon op hem aan. In die 18 jaar heb ik altijd uitstekend met hem samengewerkt. Een prima vent, een fijne jongen in de omgang. Als persoon zal ik hem straks missen”, aldus Geert Hommes.

Mark Bosma heeft minder lang met hem gewerkt. Zijn ervaring met de nestor van ’t Fean ’58 is niet minder positief. “Willem was het cement tussen de stenen. In het jaar dat we kampioen werden was hij heel belangrijk voor het team. Hij heerste op het middenveld, kopsterk en goed voor negen goals. Altijd aanwezig op de training, verzaakte nooit. Een voorbeeld voor de jonge jongens. Gewoon een verrijking om zo’n speler is de selectie te hebben. Bovendien een prettig en fair mens”, aldus Mark Bosma, die nog met hem samenspeelde bij Harkemase Boys. “Leuk dat hij nog een rol speelde in mijn komst hier naar ’t Fean ’58.”

Assistent-trainer

Voor het voetbal gaat Willem van Kammen niet verloren. Het volgende seizoen wordt hij assistent-trainer van de A-selectie van Harkemase Boys. “Het bestuur van ’t Fean ’58 wilde graag dat ik bij de club bleef, maar er was niet echt een functie beschikbaar waar ik wat bij voelde”. Verrast was hij wel toen er een telefoontje kwam van Harkemase Boys. Of hij assistent-trainer wilde worden onder Tieme Klompe. Deze functie werd toen ingevuld door Klaas Schotanus, die had aangegeven te zullen stoppen aan het einde van het seizoen. “Dat was wel een hele uitdaging, waar ik totaal geen rekening mee had gehouden. Ook vanwege je eigen voetbalniveau, dat toch wat lager ligt. Daar moet je dan even over nadenken. Maar die uitdaging past wel in mijn ambitie. Al moest ik dat uiteraard met het thuisfront overleggen. Je denkt dat je het wat rustiger krijgt, maar dat zal het niet worden. Wel is het zo dat je nu al in een bepaald ritme zit en dat zal niet veranderen.”

Assistent-trainer onder Tieme Klompe wordt het dus niet – Klompe vertrok kortgeleden tussentijds bij Boys – hij gaat het volgend seizoen werken onder de nieuw aangetrokken trainer Hans de Jong. De eerste gesprekken met hem zijn inmiddels geweest.

Ervaring als trainer heeft Willem van Kammen alleen bij de jongere jeugd, over diploma’s beschikt hij echter niet. Ambities als trainer heeft hij zeker. “Het trainerschap lokt mij wel. Ik vind het leuk om met een team bezig te zijn. ‘Je bent fanatiek, je moet het eens proberen bij de oudere jeugd’, die opmerking heb ik vaak gehoord. Maar nu wordt het al meteen bij de senioren. Op deze manier kan ik ‘aan de zijlijn’ wel de nodige ervaring opdoen. Ik heb jarenlang gevoetbald, heb veel trainers gehad, weet wat een trainer allemaal meemaakt. Dat neem je natuurlijk wel mee.”

Met het volgen van een trainerscursus start hij in september. Dat een derde divisionist hem vraagt als assistent-trainer, daaruit spreekt veel vertrouwen. “Ik had zelf ook helemaal niet verwacht dat de vraag zou komen. Uit de gesprekken met Tieme Klompe vernam ik wel wat hij wilde. Hij vond het belangrijk dat ik de club ken, veel spelers ken, ook de jeugd. Daar kan een trainer van buitenaf zijn voordeel mee doen. Maar ook de mensen uit de club die mij hebben gevraagd kennen mij goed en hadden er ook veel vertrouwen in. Maar het is wel een gokje. Er zijn ook assistent-trainers bij de Boys actief geweest met het diploma oefenmeester-2.”

Deel dit bericht...Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
0Email this to someone
email